In L2TOR wordt een sociale robot ontwikkeld die aan kleuters een tweede taal kan leren. Hierbij wordt onderzocht hoeveel de kinderen leren van een robot in verschillende situaties. In sommige gevallen wordt bijvoorbeeld vergeleken hoe kinderen leren wanneer zij ofwel met een robot en een tablet, ofwel met een leeftijdsgenootje en een tablet ofwel met enkel een tablet taalspelletjes doen.

Jonge kinderen hebben een bijzonder talent om snel en gemakkelijk een nieuwe taal te leren. Hoe jonger kinderen beginnen met het aanleren van een tweede taal, hoe beter zij die taal later beheersen. Tegenwoordig leren kinderen vaak pas op oudere leeftijd een tweede taal van leerkrachten (of anderen) die vaak de taal zelf ook niet perfect spreken. Ook blijkt dat kinderen één op één meer leren, terwijl de juffrouw of meester op school meestal geen tijd heeft om één op één met kinderen aan de gang te gaan. Een robot kan gebruikt worden om kinderen één op één en al op jonge leeftijd taallessen te ondersteunen bij het leren van een taal. De resultaten van het onderzoek helpen ons de robot zó te ontwikkelen, dat de kinderen zo veel mogelijk van de taallessen leren en met veel plezier aan de taallessen meedoen. Het streven is om lessen leuk én leerzaam te laten zijn.

Deelnemers

Het L2TOR project is een Europese samenwerking tussen 5 universiteiten en 2 bedrijven, waarvan Universiteit Utrecht en Tilburg University de twee Nederlandse partners zijn. Andere partners zijn de Universiteit van Bielefeld (Duitsland), de Universiteit van Plymouth (Groot Brittannië), Koç Universiteit (Turkije), SoftBank Robotics Europe (Frankrijk) en QBMT/Zora Robotics (België).